| Restauratie 1e fase |
|
Het orgel is sinds 1991 op de monumentenlijst geplaatst mede doordat 80% van het pijpwerk nog origineel is. Zo is ook de originele speeltafel verdwenen. De manualen zijn vervangen door een standaard fabrieksmanuaal met pedaal waarbij de orgelkas op maat is gemaakt en afgewerkt met vurenhouten plaatwerk. Ook is het registermechaniek vervangen door een metalen gelagerd systeem. Ook dacht men in die tijd dat op een orgel alle stijlen van muziek gespeeld moesten kunnen worden door toepassing van veel registers ,die niet in de oorspronkelijke dispositie staan. Men dacht dat er een multifunctioneel orgel was ontstaan. Het tegendeel is echter gebleken. Het orgel is vanwege de sterk aangetaste oorspronkelijke klankschoonheid en de daarmee verdwenen artistieke ziel eigenlijk voor geen enkele stijl meer geschikt. Dat het orgel zelfs nu nog zo goed klinkt is te danken aan het kwaliteit van het oude pijpwerk uit 1847. De hoofdwindlade werd in 1977 ook voorzien van een beweegbare bodem als luchtvoorraad. De oude spaanbalgen zijn toen verdwenen. Deze worden echter weer origineel nagemaakt zodat door een juiste windvoorziening ook restauratie van het oude pijpwerk weer mogelijk wordt. De oorspronkelijke dispositie bevatte geen kwinten en tertsen alleen 16-8-4-2-1 en mixtuur. Dit zien we wel meer in de periode rond 1820 deze stijlperiode wordt de Biedermeier genoemd dit was n.l. de reactie op het scherp en hard klinkende barokke orgel. Men wilde dat de orgelklank rustgevend zou zijn en niet al te veel de aandacht op zou eisen. |