Home PKN Jacobuskerk Preken 29 januari 2012 (Marcus 1: 21 – 28) - Ds. B. Altena
29 januari 2012 (Marcus 1: 21 – 28) - Ds. B. Altena Afdrukken

Gemeente van onze Heer,

Soms hoor je in het nieuws spreken over ‘gezaghebbende bronnen’. Het bericht over het vliegtuigongeluk is net binnengekomen, er is nog veel onduidelijk, maar ‘gezaghebbende bronnen’ melden dat er geen Nederlanders onder de slachtoffers zijn. Of er gaan geruchten dat die of die minister zal aftreden, tenminste dat wordt gemeld door ‘gezaghebbende bronnen’ in Den Haag. Wij krijgen niet te horen wie dat zijn. We moeten er maar naar raden. Het heeft iets geheimzinnigs, maar we gaan af op het ‘gezag’ van het NOS Journaal. Wat zijn dat precies, ‘gezaghebbende bronnen’?

In het evangelie van deze zondag staat er tot twee keer aan toe dat Jezus gezag heeft. Tenminste, dat vinden de mensen die voor het eerst met hem worden geconfronteerd. Als hij in de synagoge is en onderricht geeft, staat er dat ze diep onder de indruk waren “want hij sprak hen toe als iemand met gezag” (vers 22). En even verderop, als hij een man met een onreine geest heeft genezen, wordt iets vergelijkbaars gezegd. “Iedereen was zo verbijsterd, dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dat allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag!” (vers 27). Jezus heeft gezag. Of: Jezus krijgt gezag.

We zullen het eerst over dat woord hebben. Wat is precies ‘gezag’ en wat klinkt daar allemaal in door? Wat of wie heeft voor ons gezag? Hebben wij, als kerk, als gemeenschap die toch geroepen is om het woord van Jezus verder te dragen, heeft de kerk gezag? (Ik had bijna gezegd ‘nog’ gezag.) Over die vragen gaat het vanmorgen en dan zullen we ontdekken dat je daar niet over spreken kunt buiten Jezus om. Dus zullen we ook goed moeten letten op hoe Jezus zich hier manifesteert, hoe hij zich openbaart, om een bijbels woord te gebruiken. Momenteel leven we in het kerkelijk jaar in de epifanie, de tijd waarin Jezus verschijnt in de mensenwereld en laat zien wie hij is en waartoe hij is geroepen, en wij dus met hem. En één van de eerste dingen die dan worden verteld, is hoe hij de onreine geest bestraft. Ook dat zal ons bezig houden. Want wat betekent dat precies voor ons vandaag?

Jezus heeft gezag. Dat moet in ieder geval betekenen dat hij een bepaalde uitstraling heeft, zoals we dat tegenwoordig zeggen. Gezaghebbende bronnen zijn bronnen die betrouwbaar zijn gebleken. Die hebben een bepaalde reputatie en die krijg je niet zomaar, die moet worden opgebouwd. Ze hebben zich in het verleden bewezen en daarom worden ze nu vertrouwd. Als hij het zegt, dan moet het wel waar wezen. Daar kun je van op aan. Maar het gezag dat Jezus hier wordt toegeschreven, is gebaseerd op de eerste, bijzondere, haast verpletterende indruk die hij maakt. We staan hier aan het begin van het evangelie, aan het begin van Jezus’ optreden in het openbaar. Hij heeft hiervoor vier vissers opgeroepen om met hem mee te gaan. Samen gaan ze naar Kafarnaum en op de eerstvolgende sabbat naar de synagoge. Nergens staat er dat hij daar eerder is geweest. De mensen kennen hem niet. Maar als hij daar begint te spreken, dan zijn ze meteen diep onder de indruk. Het kan niet zijn reputatie zijn, dus moet het wel iets zijn als zijn uitstraling.

Sommige mensen hebben dat. Als die ergens binnenkomen, dan trekken ze meteen de aandacht. Er gaat iets van hen uit. Ze stralen ‘gezag’ uit. Toen ik nog jong was heb ik gevoetbald. Sterker nog, ik heb nog samen met uw dominee gevoetbald, in onze studententijd in Kampen. Iedereen die gevoetbald heeft, of een andere sport beoefend, die weet dat sommige scheidsrechters dat ook hebben en andere helemaal niet. Gezag. Dat dwing je af, wordt er dan gezegd. Ja, maar sommigen hebben dat van nature. Lichaamstaal. Uitstraling. Een jaar of wat geleden was in het nieuws dat er vaak conducteurs werden gemolesteerd. In die tijd sprak ik een conducteur, een gemeentelid, die zelf ook betrokken was bij de training van jonge collega’s. Hij zei toen: ‘het zijn wel vaak dezelfden die het overkomt’. Je kunt denken aan onderwijzers, aan politieagenten, aan dominees. De een heeft van nature meer gezag dan de ander en zeg nou maar eens precies waar dat in zit.

Jezus heeft iets bijzonders. De mensen zijn meteen onder de indruk, “want hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden”. Wat betekent dat? Die schriftgeleerden hebben kennelijk geen gezag. Is dat omdat ze alleen maar droog de leer herhalen, zonder bezieling? Is dat omdat ze de oude traditie vertegenwoordigen, zonder eens actueel te worden? Of is het misschien dat de mensen in Kafarnaum ook wel eens een keer iemand anders willen horen? Altijd dezelfde dominee, dan is het wel aardig als er eens een gastpredikant langs komt? Je krijgt toch de indruk dat het meer is. Vanaf zijn allereerste optreden maakt Jezus een verpletterende indruk. Dat heeft met zijn verschijning te maken, met zijn hele persoonlijkheid, maar ook met wat hij zegt en wat hij doet. En die twee dekken elkaar. Ook dat draagt voor een belangrijk deel bij aan de reactie van de mensen. Hij doet wat hij zegt en hij zegt wat hij doet, zoals al snel blijkt.

Bijbelgeleerden wijzen er op dat de gebeurtenissen die hier aan het begin van het evangelie worden vermeld chronologisch met elkaar verbonden zijn. Als je het gehele eerste hoofdstuk van het evangelie leest, valt dat nog beter op. En ook dat er bijzondere details worden vermeld. Dat versterkt de indruk dat het hier gaat om een nauwkeurig verslag van wat er werkelijk is gebeurd. In andere verhalen is de herinnering nog wel eens gekleurd of vermengd, maar hier geldt dat minder. En dat betekent weer, dat de eerste indruk die Jezus heeft gemaakt, op de mensen, op de pas geroepen vrienden, zo bijzonder is geweest dat die een levenlang bij is gebleven en vanaf het allereerste begin de toon heeft gezet. Stel je even voor, die vier mannen, vissers, Simon en Andreas, Jakobus en Johannes, het zijn de eerste dagen dat ze in Jezus’ gezelschap verkeren, nadat ze hun netten hebben verlaten – wat er niet allemaal gebeurt: ze zijn er bij in de synagoge, bij de ge nezing van een bezeten mens, ze delen in de verbijstering die er bij mensen is losgemaakt en nog veel meer. Zo sterk zijn deze eerste indrukken dat ze nooit meer uit de herinnering zijn vervaagd. Dit is ongehoord. Hier begint iets nieuws. Dit is een nieuwe leer met groot gezag!

Dat laatste wordt letterlijk zo gezegd. Maar dan is de man met de onreine geest al genezen. Ook dat maakt natuurlijk indruk en toch wordt er dan gezegd: een nieuwe leer… Dat is een beetje verrassend. Want zouden wij een genezing een nieuwe ‘leer’ noemen? We zeiden net al: Jezus doet wat hij zegt en hij zegt wat hij doet, en dat draagt aan zijn bijzonder gezag bij. Je kunt het ook met andere woorden zeggen: leer en leven dekken elkaar; theorie en praktijk, daartussen is geen verschil. En dat maakt indruk, want hoe vaak is dat wel het geval dat er een wereld van verschil ligt tussen wat we zeggen en wat we doen. Misschien is dat ook wel een probleem waar de kerk vandaag de dag mee worstelt, het verschil tussen beide, waardoor haar geloofwaardigheid ondergraven wordt. Nou goed, daar komen we nog  op terug. We blijven nog even dicht bij het verhaal, want dat is toch wel opmerkelijk. Jezus’ gezag bij de mensen groeit als hij de man die bezeten was door een onreine geest, geneest. Maar zo’n detail in het verhaal, maakt ons vandaag wat ongemakkelijk. Wat moet je daar precies mee?

Onreine geesten? Dat is een soort denken waar wij zoveel eeuwen later aan zijn ontgroeid. Dat vinden wij nu primitief. De mensen toen wisten misschien niet beter, maar wij zouden vandaag zeggen dat hier iemand is met een psychiatrisch ziektebeeld. We kunnen dat tegenwoordig zelfs heel aardig classificeren aan de hand van een checklist met verschijnselen. Deze man heeft geen onreine geest, kom nou, hij is een beetje in de war, of een beetje boel. Maar ondanks onze nette, klinische, manier waarop we daar tegenwoordig over spreken, over, geeft de ontmoeting met een psychiatrisch patiënt altijd een wat ongemakkelijk gevoel. Het is ook lastig, iemand die er zomaar dwars door heen schreeuwt, en dat al helemaal in de kerk. Dat kun je toch niet hebben. Daar is toch niet mee om te gaan.

Maar er is ook een andere kant, en ook dat zit in dit verhaal. Want mensen met een psychiatrisch ziektebeeld – overigens lelijk om zo in het algemeen te spreken, ieder mens heeft een eigen verhaal, maar u begrijpt het wel – zulke mensen hebben vaak een bijzondere gevoeligheid, zijn hypersensitief. Ze hebben soms meer in de gaten en eerder dan anderen. Sommige mensen worden gek omdat ze het leven niet aankunnen en de wereld waarin we leven niet verdragen, en soms moet je dan eerlijk afvragen: wie is er nu gek? Wij die maar doordraven en aan dat alles geen aandacht schenken, of degene die daar wel gevoelig voor is? De mensen in de synagoge, het brave kerkvolk, ze zijn diep onder de indruk van wat Jezus daar allemaal vertelt. Ze weten nog niet goed wat ze er van denken moeten. Maar er is één man die het feilloos door heeft: “Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God” (vers 24). Dat is toch opmerkelijk. Hij heeft het al door. Hypersensitief. Hij weet zelfs al Jezus’ naam en wie hij is, de heilige van God. Wie is er nu gek?

Hij spreekt in het meervoud. ‘Wat hebben wij met jou te maken? Ben je gekomen om ons te vernietigen’. Is dat omdat er meer persoonlijkheden in zijn geest huizen? Schizofrenie? Het is natuurlijk onmogelijk om over zoveel eeuwen heen een psychiatrische diagnose te stellen, dat lukt de psychiater zelfs niet altijd als de patiënt recht tegen over hem zit, en dan daarbij, ik ben geen psychiater. Maar het is wel opvallend. Dit spreken in meervoud, maar ook wat hij zegt. Alsof hij al meer doorheeft en dieper peilt wie deze Jezus precies is.  

De demonen worden in het evangelie toegesproken en uitgedreven. Dat gaat gepaard met de verschijnselen die bij de beleving van die tijd horen. Maar je zou kunnen zeggen: de boze geesten, de kwade machten, worden een halt toegeroepen. Dat is deel van Jezus’ heilswerk en dat vloeit rechtstreeks uit zijn bijzondere roeping voort. Wat zijn dan precies die boze geesten of kwade machten? Ik zou zeggen, alles wat een mens naar beneden kan trekken. Alles wat een mens onderuit kan halen, in verwarring kan brengen, op het verkeerde spoor. Zulke krachten zijn er. Die kunnen in ieder mens loskomen. Dat is ook het verontrustende in de ontmoeting met mensen die daar onder lijden, het gevoel, de gedachte, dat zou mij ook kunnen overkomen. Dat je zo in de war bent dat je jezelf kwijt raakt. Kwade macht, dat is dat wat jou van je zelf vervreemdt. Dat wat jou losmaakt en wegtrekt van je zelf. Dat wat jou naar beneden haalt. Tegenover dat soort kwade machten en invloeden, verzet Jezus zich. Tegen het ontbindende, zet hij de verbinding. Tegenover het destructieve, dat wat naar beneden trekt, plaatst hij de macht van dat wat jou naar boven haalt, wat mensen doet opstaan. Zo zou je die tegenstelling kunnen typeren, dunkt me. En dan zie je door heen het hele evangelie deze strijd, tussen Jezus en de demonen, tussen Jezus en de duivels, de machten van de duisternis.

De kwade macht weet heel goed wie Jezus is. Hij is niet gek. Hij heeft dat eerder door en beter door dan de zogenaamde gezonde mensen. Vandaar die felle reactie. Want de boze, de duivel, weet in de bijbel heel goed wie Jezus is en wie God is. Maar wat hem onderscheidt is dat hij daar niet aan geloven wil. Omdat het boze de neiging heeft kapot te maken en door elkaar te gooien (diabolos = door elkaar werper), kan hij dat wat heelt niet velen. In de taal van de bijbel zou je kunnen zeggen: de duivel gelooft wel in God en zijn macht, maar wil zich daar niet aan overgeven, durft zich daar niet aan toe te vertrouwen. Achter zijn verzet, zit de angst om zich te binden, om zich met het goede te verbinden. Het kwaad is bang van Jezus, want het weet heel goed dat Jezus gekomen is om het kwade te vernietigen. Precies dat is wat de onreine geest hier zegt. En daarom ook moet deze uitgedreven worden. Zodat de mens die er achter schuil gaat tevoorschijn kan komen. 

De eerste indruk die Jezus maakt is diep en brengt de mensen in rep en roer. Een nieuwe leer met gezag. Maar vanaf het allereerste begin is er ook meteen die tegenbeweging, die weerstand die opgeroepen wordt, en die gaandeweg het evangelie alleen maar meer en meer groeit. Waar komt dat vandaan? Dat wij mensen kennelijk het goede onder ons niet verdragen. Dat we kennelijk dat wat gaaf is en heel, kapot willen maken, dood willen slaan. Want zo is het Jezus toch vergaan. Maar leer en leven blijven bij hem kloppen. Daar zit geen streepje licht tussen. En dat maakt hem geloofwaardig, zo zeer dat zelfs de dood daar geen einde aan heeft kunnen maken.

Wij, vissers, boeren en buitenlui, wij, Christus’ gemeente, zijn geroepen om die ‘nieuwe’ leer te verkondigen, uit te dragen, uit te beelden. Wij, de kerk, de gemeenschap van de Heer (kuriakè) zijn er in deze wereld om die boodschap te leven.

En de kerk wint aan gezag, naarmate ze die oorspronkelijke intentie bewaart, de eerste indruk voortzet. Dat betekent dat de kerk een plaats is waar mensen worden opgericht, in plaats van naar beneden gehaald. Dat ze een gemeenschap is, waar mensen heelheid ervaren en echtheid, in plaats van opgezegde leer en opgelegde traditie. De kerk heeft gezag waar ze zich niet baseert op macht en kracht (niet als een storm als een vloed), maar op het vermogen om te overtuigen door stil en volgehouden navolging. Dan blijft gebeuren wat aan het slot wordt verteld: “Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea” (vers 28).

AMEN

 

Overige preken en andere berichten op www.bertaltena.com