| 12 februari 2012 (2 Koningen 5 en Markus 1: 40-45) - Ds Hans Katerberg |
|
|
Lieve mensen van God,
De Tocht der tochten gaat niet door. Met een eerbiedige hoofdletter werd hij geschreven, alsof het om iets heiligs, ja iets goddelijks ging. Voor meer dan tienduizend mensen is de kans verkeken om, met het in ontvangst nemen van het elfstedenkruisje de status van levenslang heldendom te bereiken. Want dit elfstedenkruisje is het Maltezer kruis, het wapen van de oude, Rooms-Katholieke Maltezer ridderorde, en dat is het natuurlijk helemaal: tot kruisridder te worden gekroond!
Dan stel je toch echt wat voor, dan heb je toch wat gepresteerd. Dan ben je geen loonslaaf meer of uitkeringstrekker, nee dan heb je de hoogste bonus ontvangen die er is. Je bent dan definitief uitgetrokken uit het diensthuis van het alledaagse. De Tocht als moderne versie van de Uittocht uit Egypte…. Gelukkig is deze tocht niet de enige mogelijkheid tot onsterfelijkheid. Op allerlei manieren worden er competities georganiseerd waarin je bijvoorbeeld je zang- of danstalent kunt meten met anderen en wie de Voice of Holland wordt, ja, die is ook helemaal binnen. Diens uittocht uit de dodelijke anonimiteit is echt wel volbracht. Nu is het verleidelijk om hierover wat door te filosoferen en je af te vragen wat daar nu achter zit, achter deze menselijke behoefte zich te onderscheiden van anderen en die anderen vóór te blijven.
Zou het misschien ten diepste te maken hebben met het verlangen naar vrijheid? Immers, wie bovenaan staat heeft het voor het zeggen, heeft de macht. Wie de beste is, de sterkste, wie een beroemd ridder is kan eisen stellen, kan de mensen naar believen naar zijn of haar hand zetten! En kan doen en laten wat hij wil. Als dat geen vrijheid, geen leven is! Toch vind je in de bijbel andere ideeën over vrijheid en over leven. Heel andere ideeën, ideeën die haaks staan op de algemeen menselijke ideeën over vrijheid en die toch ook weer alles met een kruis te maken hebben….
Maar dan niet met een kruis als luisterrijk symbool van macht, van ridderschap, maar als het symbool van ónt-luistering, als teken van onmacht, waarin de mens juist alle luister en lauwer is ontnomen. De twee bijbelverhalen van deze zondag vullen elkaar wonderwel aan. Eerst het verhaal van Naäman de Syriër, legerbevelhebber, hoogste ridder in de pikorde van de koning van Aram. De man is getroffen door huidvraat, zeg maar lepra, voor het gemak en hij weet niet meer waar hij het zoeken moet, het leven. Maar een meisje uit Israël, meegenomen op een strooptocht en nu de slavin van Naämans vrouw, wijst hem via haar meesteres een uitweg: de profeet in Samaria, die zou hem wel kunnen genezen. Het is een enorme stap voor de ridder om hieraan gehoor te geven. Je door een kind van je vijand, een slavin, op weg laten sturen, nou dan heeft de angst je wel te pakken, hoor… Maar gaat hij niet met lege handen op pad. Hij heeft een aanbevelingsbrief van de koning bij zich en daarnaast een enorme hoeveelheid goud en zilver en kleding. Hij gaat ook niet naar de profeet in Samaria, nee naar de koning in Israël.
Natuurlijk gaat hij naar de koning: die heeft de macht en die zal hem dus genezen. Tegen forse betaling wel te verstaan.
Nee, van gunsten willen Naäman en zijn soort niet leven: voor wat hoort wat en zijn leven is hem alles waard.
De koning in Israël vertrouwt de zaak niet en is bang dat de koning van Aram een voorwendsel zoekt voor weer eens een nieuwe strooptocht. Hij is immers geen god die beschikt over leven en dood? Nu zijn koningen kennelijk allemaal gelijk: ze denken altijd in termen van winnen of verliezen, van erop of eronder en ze zijn tot alles in staat als het gaat om machtsbehoud. Kijk maar naar de huidige heerser in Damaskus, die ook precies weet dat hij zijn vrijheid kwijt is en zijn leven niet zeker, als hij afstand doet van de troon. Maar aan Gods profeten denken ze niet, koningen. Elisa, de profeet, moet de koning zelf herinneren aan zijn bestaan.Gaan we even een laagje dieper, dan herinnert Elisa zijn eigen koning niet zozeer aan hem, de profeet, maar aan de Thora: profeten waren er immers om het volk terug te brengen bij dit leven- en vrede brengende woord van de Eeuwige.
En het hele verhaal is in feite een oproep aan de volkeren rondom om zich te buigen voor de ENE, de God van Israël, die leven geeft. Maar nu de kern van het verhaal: Naäman moet klein worden, loslaten. Hij, de gebieder, moest al luisteren naar de raad van een slavin en nu moet hij op pad naar de één of andere profeet die hem niet eens zelf te woord staat, maar die iemand naar buiten stuurt. En dan moet hij zich zeven maal baden in de Jordaan, nota bene. Dat is teveel voor de man, teveel vernedering, totale ónt-luistering. Hij had toch tenminste enige inspanning van de profeet verwacht. Iets bovennatuurlijks, iets machtigs, dat zou hij wel kunnen waarderen. Hij kan gewoon niet in andere termen denken dan in machtstermen. Maar hij moet van zijn paard af, hij moet kopje onder in de doodsrivier, de grensrivier tussen leven en dood, tussen het beloofde land waar Gods regels heersen enerzijds, en het land aan de overzij, waar hij vandaan komt en waar de macht regeert, anderzijds. Naäman moet heel klein worden om weer nieuw leven en beter leven te vinden. Zijn dienaren moeten er aan te pas komen om hem te overtuigen. Gewoon doodgaan aan lepra is natuurlijk nóg erger, chef. Dan verlies je inderdaad alles, ja wat heeft hij ook nog te verliezen. De boodschap van dit verhaal is duidelijk: wie zich buigt voor de Thora, wie door het water gaat en het oude leven achter zich laat,
ja het is een doopverhaal-, wie zich gaat houden aan Gods voorschriften, die gaat leven, echt leven. Die legt de mantel van de macht af en alles wat daarbij hoort aan eer en ego. Of hij het begrepen heeft, Naäman? Ik betwijfel het zeer. Het is zo anders dan wat hij gewend is en wat wij gewend zijn in onze wereld. Naäman wil Elisa alweer met een geschenk bedanken.
Dat moet hij ook doen natuurlijk: geschenken horen bij prestaties. Ze zijn een beloning voor bewezen diensten.
Maar Elisa wil geen roem en eer voor zichzelf. En hij wijst alle rijkdom die hem wordt aangeboden af.
Hij heeft een ander waardensysteem, een systeem waar je niet méér bent en machtiger wanneer je méér kunt.
Elisa wenst geen ridderkruis, geen luister, geen eeuwige roem. Mensen die, zoals hij, leven van de Thora zijn anders.
Ze leven niet van verdiensten, maar van Gods goedheid en ze delen met elkaar van die goedheid
in plaats van elkaar te bestrijden om de eerste en de beste te zijn. Naäman moet leren leven van Gods liefde, van de Thora
en hij zal nooit kunnen zeggen: ik heb er tenslotte ook goed voor betaald. Slechts de ENE, de Ene ware God, komt de eer toe.
In het verhaal uit Markus gebeurt iets dergelijks. Vele geleerden hebben zich het hoofd gebogen over de vraag waarom Jezus wil, vooral bij Markus, dat zijn daden geheim blijven. Zou hij er niet veel baat bij hebben gehad een beroemd iemand te worden? Dan had hij nog veel meer goed kunnen doen, immers? Maar Jezus wil niet op een voetstuk van eer. Hij wil geen Maltezer kruis om zijn nek, geen luister en lauwer wil hij. En daarom krijgt hij tenslotte een kruis op zijn rug te dragen. Omdat hij een vreemde eend is in de bijt van de Tochtrijders en niets moet hebben van competitie om de eerste plaats. En dus gevaarlijk is, want hij trekt wel heel veel mensen. Mensen die nooit in de prijzen vallen omdat ze gewoon niet goed genoeg zijn. Mensen die altijd door het leven gaan als tweede of derde keus. Jezus deelt slechts uit van Gods liefde voor mensen. Hij biedt mensen vrijheid aan ‘om niet ‘, leven dat gegeven is en niet te koop. En hij doet dat niet om daar zelf beter van te worden, of om geroemd te worden. In navolging van Elisa is Jezus een waar profeet van de Allerhoogste. Hij staat niet boven de mensen maar midden tussen hen in. En dat moet vooral zo blijven, vindt hij. Als u het mij vraagt zou ik denken dat Jezus helemaal niet zo blij zou zijn met het enorme standbeeld dat de kerk voor hem heeft opgericht. Die heeft hem aan God gelijk gemaakt in het dogma van de Drieëenheid. Die heeft hem wereldwijde bekendheid gegeven, tegen zijn zin in wellicht. Misschien heeft Naäman de boodschap niet goed begrepen, maar de kerk, zou die het geheim van Jezus wel goed hebben verstaan? En ach, het is de genezen man natuurlijk niet kwalijk te nemen
dat hij zich niet aan Jezus’ woorden houdt: het moet er uit, hij móet zijn grote blijdschap kwijt, hij gaat weer leven, immers?
En ook Naäman kun je wel begrijpen: wie weer mag leven, wie weer verder mag, zit met een hart vol dankbaarheid. En ergens wil je daar toch mee naar toe, nietwaar? Dat brengt ons bij grote vragen. Want wie kan zo leven als Elisa en als Jezus? Wie kan alle intermenselijke competitie helemaal buiten de deur houden? En alle welverdiende beloning, maar ook eer en roem afwijzen? Is het ook niet een aangeboren, een natuurlijk iets, anderen vóór te willen blijven? Is het niet een overblijfsel van de evolutie, van de strijd om te overleven? En is een beetje competitie ook niet gewoon hartstikke leuk? En was het ook niet vaak een motor van vooruitgang? Ja, hoever zouden we zijn met al onze welvaart als de motor van de wedijver er niet was geweest? Terechte vragen, zeker. Je moet wel bijna sektarisch worden als je als persoon, of als groep dit van genade en liefde leven echt in praktijk wilt brengen. Waar dat gebeurt gaat het dan ook vaak helemaal mis. Je kunt dat elkaar niet afdwingen of opleggen, dat is het probleem. Maar misschien kunnen we Jezus en Elisa’s instelling, misschien kan dit competitievrije waardensysteem een correctie zijn. Een correctie op een wereld waar de competitie uit de hand loopt. Waar alleen al voor kinderen wel een stuk of zes tv-programma’s zijn opgezet om steeds één kind beroemd te maken en alle anderen teleur te stellen. Ooit zongen kinderen voor kinderen hun liedjes om geld in te zamelen voor kindertehuizen in arme buitenlanden. Nu is het vooral een competitie geworden,
en is het een grote eer als je eraan mee mag doen, want dan kun je wat! En dan de sport: de druk op deelnemers aan de komende Olympische Spelen is immens: zoveel medailles móeten er worden gehaald, minimaal wel te verstaan.
Topsport is niet sportief, zij een bekende judoka onlangs. Het buigen voor elkaar na een wedstrijd wat die judoka’s altijd doen,
het heeft niets met respect meer te maken, het moet nu eenmaal, voor de vorm. Je vraagt je soms af wat het deze mensen uiteindelijk oplevert. En ach, het is ook wel bekend: heel veel vallen na hun carrière in een diep gat, hoeveel ze met hun sport misschien ook hebben verdiend. En dat geldt vast niet alleen voor topsporters, maar voor allen die hun ego bouwen op de lof die ze krijgen toegezwaaid. Ja, laten deze oude verhalen bij ons het gezonde verstand wakker mogen roepen. dat er méér is, veel meer dan alleen maar presteren en de anderen voor blijven. Want ware vrijheid en het echte leven zijn niet te vinden door grote prestaties. Of door het vergaren van veel macht, op welke manier dan ook Leven en vrijheid vindt een mens als hij kopje onder moet in de grensrivier. Als hij al zijn grootheid, al zijn macht, geld en goed moet loslaten. Uittrekken uit het diensthuis en heel klein worden. Dat kan voor grote mensen als Naäman een enorme tocht zijn. Een tocht der tochten, maar nee: geen kruistocht, wel een kruisweg. Maar getooid met dit kruis komen ze weer thuis bij de mensen en bij God en vinden zij leven en liefde en vrede in overvloed. Dankzij de ENE. Lof zij Hem, die onze tocht door het leven corrigeert.
Zo moge het zijn.
|