Preken
11 juni - ds. Hans Katerberg Afdrukken

Lieve mensen van God,

‘Wie ben je?’, vroeg de man achter de tapkast mij,

toen ik voor mijn vader in het café een fles citroenjenever moest halen.

Geen gekke vraag, want ik was net veertien en zo’n bössel

geef je zo geen drank mee, stel je voor. Hij kende me niet,

want ik kwam nooit in het café en mijn vader ook niet.

Maar voor de buren haalde die soms een borrel in huis.

Voor als ze hem hadden geholpen, bij een koe die moest kalven.

Vandaar.

Ik noemde mijn naam, maar dat was niet genoeg.

‘Nee, ik bedoel: van wie ben je er één?’

Hij wilde nauwkeurig weten wat voor vlees hij in de kuip had.

Pas toen ik met een dun stemmetje piepte dat ik er één van Jan en Els was-

‘o van daar tegenover de Johannes Postbrug?’- werd het duidelijk.

En de man vertrouwde mij de fles met drank eindelijk toe.

Ja, wie je bent werd en wordt onder andere bepaald door je afkomst.

Door de goede of foute keuzes die je vader ooit maakte.

Maar door nog veel meer factoren natuurlijk: door je eigen keuzes,

door je opleiding, je beroep en niet in de laatste plaats door het geloof

en de kerk waarin je al dan niet bent opgegroeid.

 

De vraag van de caféhouder maakte me ietwat onzeker:

zou ik wel goed genoeg zijn? Zou ik de proef doorstaan?

En ik denk dat het die onzekerheid is, ten diepste de fundamentele onzekerheid

of je er wel zijn mag in de ogen van de ander, die maakt

dat wij mensen groepen vormen.

Samen sta je immers sterker tegenover de boze buitenwereld

en wordt je eigen onzekerheid kleiner, want je hoort ergens bij.

En zoals jij ergens bij hoort, zo horen anderen weer bij andere groepen.

En dat loopt door elkaar heen: je bent lid van veel wij-groepen.

Groepen waar je er bij hoort, waar je gezien wordt, waar je iemand bent.

In de wij-groep wordt ook je angst, je onzekerheid beteugeld

en zijn er antwoorden op de vele vragen van het bestaan.

Je ‘wij-groep’ geeft je een identiteit, geeft betekenis aan je leven

door de groepscode die er heerst, het geheel van vaak onuitgesproken regels

en afspraken in de trant van ‘zo doen wij dat’, of: ‘zo geloven wij dat’.

 

Naast de ‘wij-groepen’ zijn er de ‘zij-groepen’. Je hebt Joden én Grieken,

slaven én vrijen, vrouwen én mannen, autochtonen én allochtonen,

liberalen én socialisten, gelovigen én ongelovigen en dat met nog weer

talloze onderafdelingen; kleine wij-en-zij-groepen die samen een groter wij vormen.

 

De kerk is zo’n wij-groep met talloze afdelingen.

Afdelingen die zich vaak sterk afzetten tegen elkaar.

Je hebt er lichten en zwaren, vrijzinnigen en orthodoxen en nog veel meer.

En met al die afdelingen samen staan we tegenover een vijandige buitenwereld.

Tegenover een massa die steeds groter wordt en die velen doet twijfelen:

heb ik misschien de verkeerde keuze gemaakt met de kerk?

De fundamentele onzekerheid van vóór de groep keert terug

als de groep in grootte en kracht afneemt: mogen wij er wel zijn?

Dat brengt ons bij de hoofdvraag van deze morgen: wie zijn wij eigenlijk?

Wie zijn wij als christenen, wat betekent het dat wij christenen heten?

We zijn, denk ik, maar ik weet niet of dat voor u allemaal geldt,

we zijn wel ver weg geraakt bij het zendingsbevel uit Mattheüs 28.

Bij de aloude gedachte dat we heel de wereld zouden moeten bekeren.

Dat alle volken christelijk gedoopt zouden moeten worden.

Want dat meenden we vroeger: dat dát er stond! Dat Jezus dát vroeg!

Ja, Jezus had naast al die andere een nieuwe godsdienst gesticht: het christendom.

De grote Van Dale noemt Jezus nog steeds de stichter van het christendom.

De enig ware godsdienst met de enig ware antwoorden op de grote vragen

van het leven en ieder mens zou die moeten onderschrijven.

Hoewel…..er zijn er inderdaad nog genoeg die dat nog altijd vinden.

Die met allerlei bijzondere diensten –Kom in-diensten, Open Deurdiensten,

enzovoorts, mensen proberen te interesseren voor het ware geloof….

In die lijn van denken werd Pinksteren de verjaardag van de kerk genoemd,

en werden er grote zendingsfeesten georganiseerd met Pinksteren.

Alsof Jezus de kerk op het oog had! Alsof dat zijn bedoeling was:

een nieuwe godsdienst, naast alle andere wéér een ‘wij-groep’,

weer een ‘wij-weten-het-wel-groep’.

 

Wie goed de bijbel leest ontdekt dat Jezus, tegen alle regels in van zíjn wij-groep,

die van het Joodse geloof dus, voortdurend allerlei grenzen doorbreekt.

Het gelezen bijbelgedeelte uit Mattheüs is daarvan een prachtig voorbeeld.

Zijn liefde voor mensen, zijn compassie, zijn begaan-zijn met het lot

van wie dan ook, noopt hem daartoe. En waarom raakt het hem zo?

Omdat er sprake is van een vrouw die vecht voor het leven van haar kind.

En die bereid is voor Jezus diep door het stof te gaan als dat moet.

Met een verzamelwoord noemen wij dat liefde: Gods liefde, heilige liefde.

Met deze liefde worden hier grenzen doorbroken tussen Joden en heidenen,

zoals alles genoemd werd wat niet bij de wij-groep van Israël behoorde.

Maar ook tussen mannen en vrouwen worden grenzen doorbroken

als Jezus elders een onbeschaamde vrouw in bescherming neemt,

wanneer die hem zalft, als hij met alleen mannen zit te eten.

Of als hij bij die bron in Samaria een vrouw om water vraagt.

Ongehoord! Zijn omgaan en bewogenheid met dit soort lieden

–heidenen, vrouwen, Samaritanen- doorbreekt alle grenzen.

En daarmee schendt hij in feite op grove wijze zijn eigen identiteit, als Joodse man.

Wat zou hij zeggen als hem gevraagd werd: ‘en, van wie ben jij er eentje?’,

‘wat is jouw identiteit?’.

 

Ook Paulus krijgt te maken met die vraag.

Paulus, de apostel die eerst fel gekant was tegen die Jezus-mensen,

uit angst zijn eigen Farizese  versie van het ware geloof te verliezen,

is na een ongehoorde metamorfose totaal veranderd in zijn denken.

Hij heeft een compleet nieuwe identiteit aangenomen.

Nee, hij is geen christen geworden, hij is niet bekeerd tot het christendom.

Maar net als Jezus heeft hij begrepen dat hij grenzen over moet.

Dat er geen ‘wij’ en ‘zij’ meer bestaat in de nieuwe wereld van God.

Omdat de liefde –zeg maar Gods compassie- dat simpelweg van ons mensen vraagt.

Maar dat brengt mensen in verwarring, mensen die zich lieten raken

door dat verhaal over die man uit Nazareth die zijn identiteit schond.

En die identiteit volledig opgaf toen hij zich als uitschot liet kruisigen.

Wie dat overkwam viel buiten elke orde van mensen.

Alleen door liefde, compassie, caritas werd hij gedreven

en om die reden sprak hij ieder mens, goed of slecht, gelovig of ongelovig,

aan als kind van God, als gewenst mens, als iemand die er bij hoort.

 

Ja, en dan zit je wel even met je eigen afkomst natuurlijk, bij dat verhaal.

Met je eigen identiteit. Als je altijd Jood bent geweest in een Griekse wereld,

of als je een slaaf bent die niks te vertellen heeft,

of een vrouw die altijd en alleen maar moet dansen naar de pijpen van mannen,

ja dan gaat alles door elkaar heenlopen natuurlijk en hoe moet dat dan?

Nou, daar hebben ze mee gezeten hoor, die volgelingen van Jezus.

Met enorme problemen. Over wat je nu wel en niet mocht eten bijvoorbeeld.

Hoe je moest leven. In het jaar 48, 15 jaar na de dood van Jezus dus, werd er al

een bijzondere kerksynode bijeen geroepen om over dit probleem te praten.

En waren er al grote verschillen van mening.

 

Hierover gaat het als Paulus zijn brief aan de Galaten schrijft.

Er zijn geen grenzen meer, schrijft hij, nu je met Christus omkleed bent.

Er is niet langer sprake van Jood of Griek, slaaf of vrije, enzovoorts.

En hij nodigt mensen uit een allesomvattende gemeenschap te vormen.

Een universele gemeenschap waar iedereen een plaats heeft boven of buiten

de kracht van welke andere aangenomen of aangeboren identiteit dan ook.

Voor Paulus gaat het erom dat we daarboven gaan staan.

Of we nu socialist zijn of liberaal, rijk of arm, mannelijk of vrouwelijk,

al deze dragers van onze identiteit bepálen ons doen en laten niet meer.

Juist omdat ze ons er vaak van weerhouden alleen maar menselijk te zijn,

barmhartig en vol mededogen. Niets is echt in staat, geen enkele overtuiging,

geen enkele afkomst om onze diepste levensvragen te beantwoorden;

niets heeft het vermogen ons leven werkelijk zin te geven.

Ook het christendom niet met zijn dogma’s, zijn zekerheden, zijn liturgie enzovoorts.

Alles is ijdelheid, leegheid en het leidt tot niets, schreef de Prediker al.

Alleen de liefde kan dat, iets van zin geven. Alleen de liefde.

En die gaat grenzen over. En aanvaardt de ander. Wie dan ook.

 

Je kunt je wel voorstellen dat de Galaten hier niet erg mee geholpen waren.

Want als je boven je identiteit moet staan, wat doe je dan met je oude identiteit?

Ja, hij gooit, in radicale navolging van Jezus, wel een enorme knuppel

in het hoenderhok van deze wereld, waar de pikorde zo vast zit als een huis.

Het duurt een paar eeuwen, maar dan is er wel die nieuwe godsdienst.

Met regels en afspraken over we er geloofd en niet geloofd moet worden.

Dat kon bijna niet uitblijven: de verwarring, de onzekerheid werd te groot.

Dan is er weer een nieuwe ‘wij-groep’, waar je bij kunt horen of niet.

En waarin het in elk geval duidelijk is waar je voor staat. Helaas.

Helaas ja. Want dat hadden ze niet voor ogen, een nieuw geloof, naast alle andere.

Paulus niet en ook Jezus niet.

In alle bescheidenheid denk ik dat zijn zogenaamde zendingsbevel

heel anders uitgelegd moet worden.

Ja, er staat: ‘gaat heen en doopt alle volken tot mijn discipelen

en leert hen onderhouden al wat ik u geboden heb’.

Het lijkt inderdaad, vanuit ons oude denken geredeneerd, dat hij zegt:

eerst iedereen lid maken van de club en ze vervolgens leren hoe te leven.

Immers, als je bedenkt wat dat zou kunnen zijn, dat hij zijn leerlingen heeft geleerd

dan kom je toch nergens anders uit dan bij het gebod: God liefhebben

en de naaste als jezelf? Bij ‘leven uit liefde en je naaste behandelen

zoals jezelf behandeld wilt worden, dat is: menswaardig, humaan?

 

Wie dat wil kan gewoon Griek blijven, of Jood, liberaal of socialist,

getrouwd of ongetrouwd. Maar als je getrouwd bent leef dan zo met je partner,

zegt Paulus tegen de Korinthen in die andere brief, dat je blikrichting

in het leven niet bepaald, niet beheerst wordt, niet gedomineerd wordt-

wat een vreselijk woord is dat tussen haakjes: dominee-

door je partner, door je afkomst als Griek of Drenth, door de godsdienst

of de niet-godsdienst waarmee je bent opgegroeid. Blijf gewoon maar wie je was.

Maar laat je blikrichting die van Christus zijn, bepalend voor wie je bent.

Verlies net als hij die oude identiteit van je en wordt door de liefde gedragen.

En weet vooral niet hoe het allemaal zit met de grote vragen van het leven.

Geef géén antwoorden maar stel wel de goede vragen.

Geef elk gevoel van superioriteit op en sta buiten alle systemen.

Sluit niemand uit maar vraag met een open mind naar wat mensen beweegt.

 

‘Een christen is in vrijheid heer van alle dingen en niemands onderdaan.

Een christen is in dienstbaarheid knecht van alle dingen en ieders onderdaan’,

zei Maarten Luther. Een prachtige samenvatting van wat hier wordt bedoeld.

 

Lieve mensen, de bijbel nodigt ons uit tot een nieuwe gemeenschap

waarin we bevrijd zijn van de starheid van een privé-identiteit.

In die gemeenschap zullen dan op termijn veranderingen plaatsvinden.

Vanzelfsprekende veranderingen in de verhoudingen tussen mensen.

Wie Jood was kijkt niet meer neer op een Griek en andersom.

Vrouwen zullen gelijkwaardig zijn aan mannen en er zal iets veranderen

in de verhoudingen tussen slaven en vrijen, tussen autochtonen en allochtonen.

Yezidi-meisjes mogen hier kosteloos hun verhaal doen en als ze willen: blijven.

Maar dat willen ze natuurlijk niet, want ze hebben daar elkaar óók in vrijheid.

Als de muren tussen mensen worden afgebroken zal er ruimte komen.

De angst voor de vreemde ander zal verdwijnen en zondebokken

worden niet meer gemaakt. Kanonnen worden lantaarnpalen en tanks tuinhuisjes,

zoals Karel Eijkman dat zo mooi zag in zijn vertolking van het visioen van Johannes.

Kijk dát is Pinksteren, dromen! Niet van een andere wereld,

maar van deze wereld anders. Een wereld als één volk van mensen.

Levend van liefde. Dat is het wat Jezus wilde, als ik het goed zie.

Dat wij daarvan dromen en in de kracht van de Geest die bij ons is

stapjes zetten in die richting. Vol vuur, dansend als waren wij dronken van vreugde.

De nieuwe schepping is begonnen!

 

Zo moge het zijn.

 
4 juni (Handelingen 2, Kolosenzen 3: 1-3) - ds. Jan Bos Afdrukken

Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van Jezus Christus

 

1) Drente doet wat met je

Ik weet niet of u in de laatste weken het reclamefilmpje over Drente wel eens hebt gezien op de TV.

De provincie Drente heeft een promotiefilmpje gemaakt van een halve minuut over Drente.

Het motto van het filmpje is: Drente DOET wat met je!

Lees meer...
 
21 mei (Johannes 14:15-31) - ds. Jan Bos Afdrukken

Lieve mensen van de Jacobuskerk, gasten, gemeente van Jezus Christus

1) Afscheid

Afscheid nemen is voor heel veel mensen ontzettend moeilijk.

Afscheid doen van spulletjes kan al moeilijk zijn.

Of van je huis, als je naar een verpleeghuis moet bijvoorbeeld.

Of je moet afscheid nemen van een huisdier... ook al zoiets.

 

Verschillende jongeren in onze kerk doen nu examen.

En na de zomer gaan sommigen ook uit huis.

Dat is ook een soort afscheid dat pijn kan doen.

Een periode is voorbij en komt nooit meer terug.

Zelf ervaren wij dat de laatste weken ook sterk: die periode in Oldenzaal is nu echt voorbij...

En wat merk je dan pas goed hoe mooi het was.

 

Maar het afscheid van een geliefde bij de dood is natuurlijk het allermoeilijkste.

Je voelt bij zo'n afscheid zo diep wat je aan elkaar had...

Dat is het dubbele van de liefde en het mooie van vriendschap en relaties:

omdat het zo mooi is doet het ook zo'n pijn als het voorbij is.

 

Juist daarover gaat het in dit stukje uit Johannes vanmorgen.

Het gaat over afscheid nemen maar ook over de diepe innerlijke band die je met elkaar kunt voelen.

Heeft Jezus het hier over zijn Hemelvaart?

De hemelvaart die wij donderdag vieren?

Ik denk het niet.

Jezus staat vlak voor zijn arrestatie.

Zometeen wordt Hij opgepakt door de 'overste der wereld'

 

En het gekke is dat de evangelist Johannes ook helemaal geen Hemelvaart kent!

Pasen en Pinksteren vallen bij Johannes op 1 dag!

Daar zit helemaal geen Hemelvaartsdag tussen!

Hij verschijnt na zijn dood aan de discipelen en zegt:

"VREDE. Ontvang de heilige Geest!"

 

In dit stukje uit Johannes 14 gaat het ook juist om de belofte dat er geen scheiding IS.

Dat Jezus wel sterft en gaat, maar dat Hij ook weer komt!

En dat de band dan sterker is dan ooit.

Inniger, diep van binnen.

 

2) De wereld

"Nog een korte tijd en de wereld zit mij niet meer" zegt Jezus.

Dat woordje 'wereld' (in het Grieks KOSMOS) zal Hij nog 5 keer gebruiken, dus dan is dat een belangrijk woord.

- de wereld kan Mij niet ontvangen

- de wereld ziet Mij niet meer

- Ik geef jullie vrede, niet zoals de wereld die geeft

- de overste van de wereld komt

Die wereld staat dus tegenover de wereld van God en Jezus.

Wat wordt daarmee bedoeld?

Is de wereld waarin we leven dan slecht en moeten we ons als kerk daarvan afkeren als we met Jezus te maken hebben?

Daar geloof ik niks van.

We zijn toch langzamerhand wel af van de gedachte dat een christen beter is dan een ander mens?

We zien toch ontzettend veel moois buiten de kerk en buiten het geloof?

Er is toch heel veel heilige Geest in het leven van alledag?

 

Ik kan me niet voorstellen dat Jezus bedoelde dat we de wereld maar moesten mijden.

Integendeel: Jezus mengde zich er in, zocht de mensen op om waar nodig te genezen, licht te zijn en zout.

En daarbij kende Hij juist GEEN grenzen.

Nee, Jezus bedoelt met 'de wereld' een manier van leven.

Het is de wereld waar het recht van de sterkste heerst,

waar mensen heel erg naar de buitenkant kijken.

Voor die wereld is Hij er straks niet meer.

De overste der wereld zal straks komen om Hem te arresteren en te kruisigen,

maar, zegt Jezus, ze hebben aan Mij niets.

Ik moet denken aan Nelson Mandela die zei:

"ze kunnen mij wel gevangen zetten, maar nooit mijn gedachtes en overtuigingen"

 

De 'wereld' dat is de werkelijkheid waar mensen alleen maar kijken naar macht en buitenkant.

Die wereld kent machthebbers en onderdanen.

maar de werkelijkheid van God kent een Vader met zijn kinderen.

 

3) Vrede

Jezus neemt dus afscheid van die wereld, die kosmos.

Maar daar komt iets anders voor terug!

De wereld van de Geest, de Trooster, de Liefde.

Een werkelijkheid diep van binnen.

 

Jezus spreekt hier vlak voor zijn afscheid troostvolle woorden.

VREDE geef ik jullie.

Jullie moeten niet ontroerd worden of verward of moedeloos.

Ik geef jullie VREDE

Dat woord sprak Jezus ook toen Hij verscheen aan zijn discipelen en aan Tomas, 8 dagen later.

Daar gaat het om in de werkelijkheid van Jezus: Vrede in je hart, vrede tussen elkaar.

 

De vrede die de wereld biedt is een andere vrede.

De vrede van God is een diep gevoel van aanvaarding, een diepe liefde voor God en Jezus.

Een vorm van beminnen die het leven draagt door alles heen.

 

Eén van de nieuwe ambtsdragers die met Pinksteren worden bevestigd zei deze week :

"In een wereld waarin veel mensen onrustig zijn en verward en angstig spreekt de kerk het woord VREDE uit, telkens weer, namens Jezus."

Daarom wilde zij ambtsdrager worden: omdat in de kerk een antwoord wordt gevonden op de verwarring die in een mens kan huizen.

 

Jezus zegt hier zo mooi in vers 28: "Ik ga heen en kom tot u"

Wij hebben het altijd over een 'komen en een gaan".

Je komt en je gaat weer.

Hier is het andersom: Jezus gaat wel, maar Hij komt weer terug.

Net als in het scbeppingsverhaal zo mooi staat:

"Het was avond geweest en morgen, de eerste dag"

Wij beginnen met de morgen en eindigen met de avond, de bijbel eindigt altijd met de troost en het nieuwe begin:

De avond en de morgen.

Net als in psalm 121 zo wonderlijk staat: Hij zal uit uitgang en ingang bewaren"

Ons leven eindigt met de ingang, met de terugkomst van Jezus in ons leven, met de nieuwe morgen.

 

4) Verinnerlijking

Dat is een geloofsuitspraak.

Dat is een gevoelsuitspraak.

Jezus gaat wel uiterlijk weg, maar komt innerlijk terug.

Over die beweging van de uiterlijk wereld naar de wereld van binnen gaat het hier.

Jezus gaat de wereld fysiek verlaten: Hij zal worden gekruisigd.

Maar Hij komt weer terug door de Geest die ons alles 'te binnen zal brengen' staat er zo mooi.

 

Jezus gebruikt hier het woord Trooster.

In het Grieks staat een woord dat letterlijk 'erbij roepen' betekent.

Een Trooster is iemand die je erbij kan roepen, voor hulp en troost

Ook het woord 'advocaat' betekent 'erbij roepen'.

De heilige Geest is een Trooster, een advocaat, zodat je niet alleen staat.

 

Die Geest zal de woorden van Jezus 'te binnen brengen', verinnerlijken.

Zodat het niet alleen maar iets van buiten wordt,

maar iets wat in ons woont.

Dat zegt Jezus ook hier: als iemand Mij liefheeft zal Ik in hem of haar wonen"

 

Vorige week hadden we het over het huis van de Vader met de vele woningen.

We ontdekten toen dat wij kunnen wonen bij God en dat wij zelf ook worden geroepen om een woning, een ruimte voor andere te zijn.

Nu zegt Jezus dat Hij en God in ons zelf kunnen wonen.

Dat gaat weer een stapje verder.

In het geloof gaat het om de liefde voor God en Jezus en elkaar.

Dat is het kernwoord bij Johannes.

Dat worden de geboden die Jezus gaf iets van het hart.

Dan leef je ermee.

Dat is dat jouw wereld geworden!

 

5) Leven als een boom.

Jezus neemt afscheid van zijn vrienden.

Hij verlaat de uiterlijke wereld aan het kruis.

Maar Hij komt terug als Trooster en Advocaat.

 

Iemand schreef: je kunt het vergelijken met ouders die hun kinderen allerlei dingen hebben geleerd en hen langzaam loslaten zodat ze op eigen benen kunnen staan.

Zoiets doet Jezus hier ook.

Hij heeft met zijn vrienden opgetrokken maar nu moeten ze het zelf doen.

 

Vergelijk het maar met een jonge boom in de tuin.

Bij ons voor het huis zijn ook net twee jonge bomen geplant.

De hovenier zette er keurig twee palen naast met een zwarte band, die ervoor moeten zorgen dat de jonge boom rechtop groeit en niet krom.

 

Zo is het ook met Jezus en zijn discipelen gegaan.

Lange tijd was Jezus hun steun.

Maar nu moeten ze het zelf doen.

Ze mogen verder leven als een zelfstandige boom.

Zo'n boom waar psalm 1 over schrijft.

Hij die gelooft is als een boom aan een waterstroom.

Die boom reikt naar de hemel maar is geworteld in de aarde.

Zo legt hij verbinding tussen de rauwe werkelijkheid en de liefdevolle werkelijkheid van God.

 

Die innerlijke verbinding belooft Jezus aan zijn vrienden.

Een verbinding die als fundament een innerlijke vrede heeft.

We zien Jezus dan wel niet meer, maar we kunnen ons diep van binnen met Hem verbonden weten.

 

Als een boom mogen wij dan zijn.

Aan het water van de Drentse Aa.

Gevoed en getroost door de heilige Geest, die komt in ons hart.

 

zo moge het zijn

 
23 april - ds. Geert C. Hovingh Afdrukken

Gemeente van Jezus Messias, de verrezen Heer,

 

‘Pasen, en dan?’ Dat is het thema voor de verkondiging van vandaag, en dan kijken we natuurlijk vooral naar hoe het toen verder ging met Jezus en zijn leerlingen na de opstanding. Hebben we het zo verder over. Maar ik wou toch beginnen met een mooie Joodse witz over het Christelijke Paasfeest. Hoort u het ook eens van een ander. Hij gaat zo: Jozef van Arimathea komt thuis na de begrafenis van Jezus en wordt voor de deur opgewacht door een journalist van de ‘Jerusalem Post’ – want het verhaal over Jezus’ dood is inmiddels door de hele stad gegaan – en die vraagt aan Jozef: ‘Vond u het nou niet jammer om dat schitterende nieuwe graf van u zo maar af te staan?’ Waarop Jozef zei: ‘Ach, het is maar voor één weekendje’.

Ja, ik heb hem ook van horen zeggen van een collega die er z’n Paaspreek mee begon en hij zei erbij: ‘het Joodse Paasfeest begint ook altijd met een witz, want het is toch feest en dan moet er gelachen worden! Dus ja, waarom zouden wij ons Paasfeest ook niet es zo beginnen?’ Die heb ik in mijn oren geknoopt, al is het dan voor een week later. En dan?

Lees meer...
 
« StartVorige12345678910VolgendeEinde »

Pagina 1 van 10